januari 13, 2015 AUTHOR: admin CATEGORIES: Australië, Blog Tags: , , ,

Dag 68 – Mount Gambier – Keith

Om 5u worden we gewekt door onze Gust, een uitgelopen pamper en verkleumd van de kou, het dutske. We nemen hem bij ons in bed onder het warme donsdeken en al snel vallen we met z’n drietjes weer in slaap. We zeggen de viesvuile camping vaarwel en rijden naar het infopunt waar we onze mogelijke routes op tafel leggen. De dame van het infopunt is heel duidelijk: laat Kangaroo Island links liggen: de overzet is veel te duur en ook ter plaatse is het allemaal veel te duur voor wat het is. Met wat we al allemaal gezien hebben zouden we niet echt onder de indruk zijn. Ok, Flinders Ranges it ‘ll be! Als het weer het toelaat natuurlijk want we moeten daarvoor door Adelaide Hills rijden en daar zijn er na de hevige bosbranden vorige week nu overstromingen voorspeld. Ook in Flinders Ranges voorspellen ze veel neerslag, iets wat ze daar niet gewoon zijn. Wat een land van extreme weersomstandigheden is het hier toch. Maar vandaag schijnt de zon en profiteren we van het mooie weer. We bezoeken het lokale marktje, met de nadruk op ‘tje’ en bekijken de ‘sinkhole’ midden in de stad. Een groot gat in de grond, 15m diep, met groene begroeiing en beneden wat water (en een winkelkar), speciaal.

We rijden verder naar the Blue Lake, een meer in een vulkaankrater. 1000-en jaren geleden is de vulkaan uitgebarsten en ontstond het meer dat elke zomer een felblauwe kleur krijgt. 70m diep, 1km diameter, en 70hectare groot. Elk jaar zakt het water zo’n 2 cm. Het is dan ook de grootste watervoorziening van de stad.

Wat verderop ligt Valley lake maar die is minder indrukwekkend. Maar er is een grote speeltuin waar de jongens zich wat kunnen uitleven (met de nodige aanmoediging zoals gewoonlijk). Na een picknickje bezoeken we nog even het wildlife park waar we met wat geluk heel wat dieren zouden kunnen zien. MAar het geluk stond niet aan onze zijde. Meer dan een eenzame koala kregen we niet te zien. Bovendien had Gust ergens in’t begin van het park zijn tutje weggegooid om dan de rest van de wandeling te jammeren voor zijn verloren tutje. We zijn dan maar op ons passen teruggekeerd om zijn oh zo dierbare tut te gaan zoeken. Dolgelukkig en instant stil was hij toen we ze vonden.

Het is intussen 15u30 en in plaats van hier in Mount Gambier een nieuwe kampeerplaats te zoeken beslissen we nog een paar uur te rijden. Ergens tussen Bordertown en Keith zou volgens ons Camps7-boek een farmstay liggen. Ik bel ze op en voor 30 dollar kunnen we daar overnachten, met alles erop en eraan. Rond 18u30 komen we ter plaatse. We rijden de km’s lange oprit op en spotten meteen wat paarden. We worden vriendelijk ontvangen en uitgenodigd om morgenochtend de dieren op de boederij te helpen voederen. Bovendien zijn we vandaag de enigen die hier logeren. Naar dit soort farmstays zijn we dus al 11000km op zoek, en we zijn superblij dat we er dan toch eentje gevonden hebben. Voor we onder de wol kruipen gaan we nog even de emoes, kangoeroes, de kameel en de kippen slaapwel zeggen.



1 Comment

  1. Frieda 10 jaar ago says:

    Dat meer is prachtig en zo’n mooi blauw water !

Comments are closed.

Archief

Recente reacties

LAYOUT